Architect en kunsthistoricus (Oudenbosch 13.10.1883 - Wassenaar 12.2.1972)
Granpré Molière verwierf bekendheid als medeontwerper van het tuindorp Vreewijk in Rotterdam (1913-1921). In 1924 werd hij benoemd tot hoogleraar bouwkunde in Delft. Met zijn colleges schoonheidsleer die hij baseerde op Thomas van Aquino en J. Maritain (Art et scolastique, 1919), had hij veel invloed op de Nederlandse architectuur en stedenbouw. In 1927 werd hij katholiek en tijdens het Interbellum was hij het ideologische baken van de Nederlandse bisschoppen en de behoudende katholieke kunstenaars.
Granpré Molière stond voor het ideaal van de katholieke standensamenleving op organisch-corporatieve basis. Hij huiverde van de moderne tijd, die in zijn ogen werd gekenmerkt door individualisme en materialisme en de band met God had verloren. Hij veroordeelde zowel de Amsterdamse School als de Nieuwe Zakelijkheid, omdat die het bouwen ondergeschikt maakten aan overwegingen van esthetische, individuele of technisch-economische aard. De enige optie was de terugkeer naar de christelijke traditie. Zijn invloed op de Nederlandse architectuur tussen 1925 en 1955 was groot. Na 1945 werd de beweging die rond hem was gegroeid, de Delftse School genoemd.
Auteur
Jos.H. Pouls [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.H. Pouls, ‘De kunstenaarsdagen van de Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging in Huijbergen (1932-1940). Bakermat van de Delftse School’, in: Trajecta. 10, 2001 (2 en 3), 160-183 en 225-243