Schilder en graficus, verbonden aan het Spaanse hof (Fuendetodos 30.3.1746 - Bordeaux 16.4.1828)
Goya verbeeldde de wereld als bezeten. Zijn grondige kennis van de (christelijke) beeldtraditie benutte hij regelmatig voor betekenisinversies (omkeringen). In Het sterfbed van een onboetvaardige (1788) – traditioneel een demonenuitdrijving – voerde hij zijn eerste demonen op. Zijn eerste prentenserie, De grillen (1799), betekende het einde van de gangbare waarschuwing tegen menselijke dwaasheden. No. 43 uit deze reeks, De droom van de rede baart monsters, toont de kunstenaar, overvleugeld door machten van eigen innerlijk. Zijn spreuk lux ex tenebris, ‘licht uit duisternis’ (tekening Album C117), is veelzeggend, ook met betrekking tot de latere prentenreeksen: De verschrikkingen van de oorlog (1809-1820), De stierengevechten (1816) en De onzinnigheden disparates (1815-1824). De late Zwarte schilderingen, waaronder een heksensabbat, bedekten wanden in zijn eigen huis.
Auteur
Willem L. Meijer [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Werner Hofmann, Goya. Das Zeitalter der Revolutionen (München 1980)