Duits schrijver (Frankfurt am Main 28.8.1749 - Weimar 22.3.1832)
Zijn grote belangstelling voor het geloof bracht Goethe in aanraking met piëtisten, leden van de Evangelische Broedergemeente (zie hernhutters) en met theologen van diverse pluimage. Goethe bleef nooit op één punt staan; hij vernieuwde steeds opnieuw zijn inzichten over kunst, cultuur, wetenschap en godsdienst. Daarom is zijn leven een cultuurgeschiedenis van belangrijke delen van de achttiende en de negentiende eeuw in het klein.
Goethe was afkomstig uit de gegoede burgerij. Hij vertelt daarover in zijn autobiografie Aus meinem Leben Dichtung und Wahrheit (1811-1822). In de eerste fase van zijn creatieve leven probeert Goethe om in de geest van de literaire jeugdbeweging Sturm und Drang het theater (vooral de komedie) een nieuwe inhoud te geven. Kenmerkend voor zijn hele leven is het vermogen om te observeren, empirisch waar te nemen en de waarneming in een groter verband te plaatsen. Bij Goethe is de werkelijkheid nooit platte zintuiglijkheid, maar altijd spiritueel verdiept. De confrontatie met de cultuur van de klassieke Oudheid tijdens zijn reizen naar Italië (eerste reis van 1786 tot 1788) vond haar hoogtepunt in Rome. Goethes aanvankelijke voorkeur voor de geloofsbeleving van het piëtisme maakte plaats voor de verdieping in de gedachten van het pantheïsme.
Hoe universeel Goethe als minister van mijnbouw in Saksen-Weimar, als natuurkundige, toneelschrijver en als regisseur was, blijkt duidelijk uit Johann Peter Eckermanns Gespräche mit Goethe in den letzten Jahren seines Lebens. 1823-1832 (1836-1848). Dat het christelijke geloof Goethe nooit losliet, laat zijn tragedie Faust zien. Het eerste deel is weliswaar sterker gebaseerd op traditionele geloofsvoorstellingen als de zondigheid van de mens en de vergeving der zonden door oprecht berouw, maar ook het tweede deel leeft van de vraag naar de rechtvaardiging van de mens ten overstaan van God. Zo beschouwd geeft Faust de kern van Goethes ontwikkeling weer.
Auteur
J. Ester [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
K.R. Eissler, Goethe. A Psychoanalytic Study. 1775 – 1786 (Detroit 1953)
Richard Friedenthal, Goethe. Sein Leben und seine Zeit (München 1963)
Bernhard Gajek, Franz Götting (red.), Goethes Leben und Werk in Daten und Bildern (Frankfurt am Main 1966)