Letterkundige, voorloper van de romantiek (Utrecht 12.5.1748 - Wernigerode [Duitsland] 25.6.1810)
Van Goens wordt beschouwd als de man die Nederland in de achttiende eeuw in de stroom van het Europese denken en dichten dwong. Op achttienjarige leeftijd werd hij hoogleraar te Utrecht in Grieks, welsprekendheid, oudheden en geschiedenis. Hij introduceerde in Nederland de moderne internationale literatuur (Voltaire, Rousseau, Lessing), dreigde daaraan zijn geloof te verliezen, maar bekeerde zich door de invloed van Lavater tot het ‘innig’ christendom.
In zijn essays verwierp hij het conformisme van de pruikentijd en baande hij de weg voor de Romantiek. Hij bracht zijn zwager, de dichter Hieronymus van Alphen (1746-1803), ertoe F.J. Riedels Theorie der schoone kunsten en wetenschappen te vertalen, waardoor nieuwe ideeën over esthetiek baan konden breken. Door politieke troebelen rond prinsgezinden (tot wie hij behoorde) en patriotten, moest hij ontslag nemen als hoogleraar. Voor zijn gezondheid week hij daarna uit naar Zwitserland en Duitsland.
Auteur
Hans Werkman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Wille, De literator R.M. van Goens I-II (Zutphen 1937-Amsterdam 1993)
J.C. Brandt Corstius, ‘De plaats van R.M. van Goens in de ontwikkeling van de Westeuropese literatuur’, in: De Nieuwe Taalgids jg. 44 (1951), 193-202