Schrijver, een van de Tachtigers (Amsterdam 22.9.1864 - Haarlem 26.1.1952)
Pseudoniem van Karel Johan Lodewijk Alberdingk Thijm, zoon van J.A. Alberdingk Thijm. Hij groeide als katholieke jongen op in seminarie Rolduc. In zijn naturalistische roman De kleine republiek (1889) schetste hij in de persoon van Willem Tiessen, jaren nadat hij het katholieke geloof had losgelaten, het leven dat hij op de jongenskostschool Rolduc had geleid. Met zijn invloedrijk sensitivistisch proza schotelt hij de lezer een hele reeks gebeurtenissen voor die op elke kostschool zijn waar te nemen, zonder dat er doorgaans over geschreven wordt: de schuldgevoelens bij masturbatie en verboden vriendschappen, de vaagreligieuze gewaarwordingen in de kapel, het biechten. Opmerkelijk voor die tijd was de openheid waarmee Van Deyssel dit jongensleven beschreef. Eerder al had hij met zijn roman Een liefde (1887) over een mislukt huwelijk een vergelijkbaar soort openhartigheid aan de dag gelegd.
Auteur
W.A.M. de Moor [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.G.M. Prick, In de zekerheid van eigen heerlijkheid. Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890, Amsterdam 1997
H.G.M. Prick, Een vreemdeling op de wegen. Het leven van Lodewijk van Deyssel vanaf 1890, Amsterdam 2003