Benaming die na 1945 ontstond voor de beweging rond M.J.Granpré Molière, katholieke hoogleraar esthetica in Delft tussen 1924 en 1953.
De beweging was niet primair bouwkundig, maar een houding van behoudende katholieke architecten en beeldend kunstenaars, gericht op het herstel van de pré-moderne, katholieke cultuur. De Delftse School zette zich af tegen het expressionisme van de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid. De industriële samenleving werd afgewezen; de middeleeuwse samenleving, Nederlandse bouwtraditie en ambachtelijke kunstopvatting ten voorbeeld gesteld.
Vanaf 1980 staat het gangbare beeld van de Delftse School als dé katholieke architectuur ter discussie. De katholieke kunstenaars vormden geen gesloten front tegen de moderniteit. Een aantal van hen sympathiseerde openlijk met de Nieuwe Zakelijkheid, zoals F. Peutz uit Heerlen. Bovendien namen veel katholieke architecten tussenposities in. Ten slotte is de vraag aan de orde of aan de hoogleraar uit Delft zelf wel recht wordt gedaan door hem eenzijdig als ‘traditionalist’ te kwalificeren.
Auteur
Jos.H. Pouls [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Pouls, ‘De kunstenaarsdagen van de Algemene Katholieke Kunstenaarsvereniging in Huijbergen (1932-1940). Bakermat van de Delftse School’, in: Trajecta. Tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden, 10, 2001 (2 en 3), 160-183 en 225-243