De vroege kerkvaders, onder wie Augustinus, onderkenden net als Plato de mogelijkheden én de gevaren van muziek (zowel stichtend als zinnenprikkelend) en reageerden hierop met rigide richtlijnen. Zodra het geloof de dominante factor in de westerse samenleving werd (de vroege Middeleeuwen), bracht de kerk haar opvattingen in praktijk. De kerk werd hierbij geholpen door wereldlijke en geestelijke broodheren die bepaalden wat hun componist, veelal in dienst en in rang niet meer dan een slaaf, moest schrijven.
Religieuze muziek klonk in principe alleen in de kerk en wereldlijke muziek was voor de kerk in theorie taboe. Componisten waren noodgedwongen (zeer) productieve broodschrijvers: door hun sociale positie, de sterke druk van artistieke conventies en de opvatting dat kunst bovenal voortkwam uit ambacht, meer dan uit inspiratie. Oeuvres met tientallen missen, motetten, cantates en psalmzettingen waren zeer gebruikelijk en drukken niet noodzakelijk het persoonlijke geloof van de maker uit. De artiest toonde zijn persoonlijkheid in zijn kunst, een podium dat men graag benutte en verre van onopgemerkt bleef.
De komst van Reformatie en Renaissance veranderde hier weinig aan. Veel ingrijpender waren de sinds de Verlichting toenemende secularisatie, de verschijning (sinds Mozart) van de kunstenaar als vrij scheppend kunstenaar, en de in de Romantiek opgekomen idee dat inspiratie zwaarder telt dan dwang der conventie. Het schrijven van religieuze muziek en de stijl waarin, werden meer en meer een persoonlijke beslissing en uiting, waardoor een compositie meer onthult over betrokkenheid bij de maker.
Wat bleef na 1800 was het primaat van de kwaliteit van de muziek, min of meer verwijzend naar overgeleverde stilistische principes; zeker na 1900, toen een collectieve, muzikale stijl leek weg te vallen. Zie ook: kerkmuziek, gospelmuziek en popmuziek.
Auteur
Emanuel Overbeeke [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Wilson-Dickson, Geschiedenis van de christelijke muziek (Kampen 1996)