Dichter en staatsman (Brouwershaven 10.11.1577 - Den Haag 12.9.1660)
Jacob Cats werd opgevoed in Zierikzee, studeerde rechten in Leiden en Orléans, en vestigde zich te Den Haag als advocaat. Na een verblijf in Engeland, waar hij piëtistische invloeden onderging, werd hij in 1603 advocaat in Middelburg. Na twee jaar pensionaris van Middelburg te zijn geweest, werd hij in 1623 pensionaris van Dordrecht en als zodanig afgevaardigde in de Staten van Holland. Van 1636 tot 1651 bekleedde hij het ambt van raadspensionaris. Zijn laatste jaren sleet hij ambteloos op zijn buitengoed Sorghvliet (het huidige Catshuis) in Den Haag.
Als dichter debuteerde hij met Proteus, later bekend als Sinne- en minnebeelden (1618), een verzameling emblemata: bij elke afbeelding dichtte Cats een amoureus, een moralistisch en een godsdienstig versje. In de jaren die volgden werd de huwelijksethiek zijn grote thema. Het begon met Self-stryt (1620), over de strijd tussen ziel en zinnen bij Jozef en Potifars vrouw, en Tooneel van de mannelicke achtbaerheyt (1622), over de vraag of Vasthi terecht door Ahasveros verstoten werd. Grote invloed kregen Houwelick (1625), een wegwijzer voor het huwelijksleven, en ’s Werelts begin, midden, eynde, besloten in den trouringh [...] (1637), met vervolgadviezen voor getrouwden.
Belangrijke werken van Cats zijn verder de Spiegel van den ouden en nieuwen tyt (1632), vol met opvoedkunde en levenswijsheid, en zijn autobiografie Twee- en tachtich-jarig leeven (1659). Samen met talrijke grotere en kleinere geschriften werden ze nog tijdens Cats’ leven gebundeld in Alle de wercken van Jacob Cats (1655), de zogenaamde tweede huisbijbel, die later aangevuld en steeds herdrukt werd. Dit werk biedt een complete, piëtistisch gekleurde levensvisie in calvinistische geest, en heeft als zodanig diepe sporen getrokken in het Nederlandse geestesleven van later tijd.
Auteur
Enny de Bruijn [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
L. Strengholt e.a., Vier eeuwen Jacob Cats (Zierikzee 1977)
D. ten Berge, De hooggeleerde en zoetvloeiende dichter Jacob Cats (Den Haag 1979)
Zie ook
Jacob Cats (2008)