Belangrijk dichter en denker binnen de protestantse letterkunde en redacteur van Opwaartsche Wegen (IJlst 22.3.1899 - Amsterdam 10.6.1947)
Zijn belangrijkste poëzie verscheen in Het ingekimde land (1932). Hij herdichtte het bijbelboek Job (1945) en publiceerde onder andere de roman Wat blijft (1934). Fysiek en geestelijk leed hij onder het dualisme: moeten werken op een effectenbank en zich willen wijden aan de literatuur.
Hij verkeerde voortdurend in geloofsstrijd en had grote belangstelling voor Kierkegaard. Zijn werk is doortrokken van zijn worsteling zich te bevrijden uit zijn burgerlijk gereformeerd milieu. Zijn hele leven bleef hij de dominantie van zijn vader ervaren. Centraal in zijn werk staat ‘De brief ’, een sonnettencyclus gericht aan ‘Heer God’. In 1947 maakte hij een eind aan zijn leven.
Auteur
Hans Werkman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Wim Hazeu, ‘Inleiding’, in: Hein de Bruin, Het ingekimde land en andere gedichten (Baarn 1976), 5-20
Dirk Zwart (red.), Hein de Bruin-themanummer van Bloknoot, I, 2 (mei 1992)
Zie ook
Hein de Bruin (2009)