Componist, van huis uit protestant, ontwikkelde zich tot agnost en tot de beste, beroemdste en belangrijkste protestantse componist van zijn tijd (Hamburg 7.5.1833 - Wenen 3.4.1897)
Voor Brahms was dit een niet-problematische combinatie, maar voor de katholiek Bruckner een onbegrijpelijke tegenstelling, zo niet een uiting van inconsequentie en onoprechtheid. Brahms’ betekenis voor de kerkmuziek ligt in het niveau waarop hij religieuze muziek verrijkte met elementen uit de wereldlijke muziek en andersom. In wereldlijke muziek, zoals zijn symfonieën, verdiepte hij de expressie door een Bach-achtig contrapunt in te voegen. Religieuze teksten goot hij in de vorm van een profane stijl. Het meest sprekende voorbeeld is zijn religieuze hoofdwerk Ein deutsches Requiem. Cruciaal voor Brahms en schokkend voor conservatieve tijdgenoten waren in dit requiem niet de Duitse teksten, maar teksten waarin hemelse troost en menselijk medeleven centraal staan en Jezus ontbreekt. Zijn vele korte koorwerken getuigen bovenal van een sterke beïnvloeding door en respect voor Bach en Schütz.
Auteur
Emanuel Overbeeke [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Christian Martin Schmidt, Johannes Brahms (Stutgart 1994)