Middeleeuws mirakelspel, oorspronkelijk in het Latijn geschreven.
Het oudst bekende handschrift van de Vlaamse vertaling/bewerking dateert uit circa 1374. De hoofdfiguur is de adellijke non Beatrijs, die het klooster waar ze kosteres was, ontvluchtte om haar geliefde te volgen. Ze leefden zeven jaar samen en kregen twee kinderen, waarna haar vriend haar verliet. Beatrijs verdiende de volgende zeven jaar de kost als prostituee, kreeg berouw en keerde terug naar haar klooster. Daar bleek ze nooit gemist te zijn, omdat Maria zelf haar plaats had ingenomen. Haar zonde werd haar pas vergeven nadat ze gebiecht had.
Het gedrag van Beatrijs werd bepaald door Mariaverering, zondebesef en hoofse aristocratie. De religieuze betekenis voor de middeleeuwer was de centrale plaats van Maria en van de biecht. De beroemdste Nederlandse bewerking is de tientallen malen herdrukte Beatrijs (1908) van P.C. Boutens.
Auteur
Hans Werkman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder Lezen
A.M. Duinhoven, De geschiedenis van Beatrijs, 2 dln. (Utrecht 1989)
Beatrijs, teksteditie en inleiding van Theo Meder, vertaling van Willem Wilmink (Amsterdam 1995)