Nederlands componist en organist (Haarlem 17.9.1892 - Haarlem 12.4.1981)
In zijn oeuvre in vele genres is een grote plaats weggelegd voor de katholieke muziek, waaronder veel niet-liturgische werken. Hij zuiverde de Nederlandse kerkmuziek van goedkoop romantisch sentiment, de negentiende-eeuwse kerkelijke neo-Palestrinastijl en de laat-romantische Duitse stijl. Daarvoor in de plaats bracht hij elementen uit de nieuwste Franse muziek, een Hollandse hang naar nuchterheid, directheid en afkeer van wolligheid en bombast.
Kenmerkend voor zijn koormuziek is het vermogen te schrijven voor amateurs, zonder concessies te doen aan zijn muzikale persoonlijkheid. Zijn leerling Albert de Klerk vond de combinatie van hymnische vervoering en capricieuze invallen essentieel voor zijn orgelmuziek. Het verlangen naar hymnische vervoering spreekt ook uit zijn bekendste vocale composities, de liederen Miroir de peine en Magna res est amor.
Auteur
Emanuel Overbeeke [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. de Jager (red.), Duizend kleuren van muziek - leven en werk van Hendrik Andriessen (Zutphen 1992)