Dichter, afkomstig uit een gezin dat leefde in de sfeer van de Gereformeerde Bond (Neerlangbroek 20.5.1905 - Leusden 17.1.1962)
Aanvankelijk was hij onderwijzer, maar zijn functioneren werd bemoeilijkt door psychische labiliteit en een onbeheersbaar driftleven. In 1937 schoot hij in een crisissituatie zijn hospita dood en verwondde hij haar dochter, waarop hij in verschillende klinieken werd opgenomen en tot 1955 ter beschikking van de regering werd gesteld. Na diverse tijdschriftpublicaties verscheen in 1931 Achterbergs debuutbundel, Afvaart. De reeks bundels die volgde, werd in 1961 afgesloten met Vergeetboek. De Verzamelde gedichten – waarin ook postuum verschenen poëzie – beleefde talrijke herdrukken. In 2000 verscheen een monumentale historisch-kritische editie van Achterbergs poëzie.
Sinds 1981 bestaat er een Genootschap Gerrit Achterberg, dat onder meer in een periodiek aandacht aan de dichter schenkt. Achterbergs werk beïnvloedde tal van dichters. Het centrale thema van Achterbergs poëzie is de eenwording met een ‘u’ of ‘gij’, die doorgaans als een gestorven geliefde wordt benaderd. Behalve erotische eenwording, heeft deze vereniging ook religieuze betekenis. De gedichten doen verslag van het streven ernaar; vaak zijn ze ook het middel waardoor de gestorvene tot leven moet worden gewekt.
Hoewel Achterberg publiceerde in Opwaartsche Wegen, is het merendeel van zijn gedichten niet traditioneel christelijk. Soms wordt aan het poëtische woord verlossingskracht toegeschreven, soms veranderen elementen uit het christelijk geloof in zijn poëzie van betekenis. Wel lijkt Achterberg het protestantse geloof trouw gebleven: hij ‘heeft er afstand van genomen zonder er afstand van te doen’ (A. Middeldorp).
Auteur
Gert van de Wege [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Middeldorp, De wereld van Gerrit Achterberg (Amsterdam 1985)
Wim Hazeu, Gerrit Achterberg. Een biografie (Amsterdam 2001 4e druk)
Zie ook
Gerrit Achterberg (2009)