Beweging van ongehuwde vrouwen die binnen de parochie met elkaar een gemeenschapsleven leidden.
Oorsprong was het Meester Geerts-huis te Deventer. Geert Groote had 20 september 1374 zijn geboortehuis als vrijwoning aan de stadsgemeente geschonken. Pas na Groote (-1384) en zijn opvolger Jan van de Gronde (-1392) ontwikkelden de bewoonsters zich onder Jan Brinckerinck (-1419) tot bakermat van de vrouwelijke tak van de Moderne Devotie, naast de Broeders van het Gemene Leven.
Naar het voorbeeld van het Meester Geerts-huis werden in veel steden binnen de Nederlanden en Duitsland zusterconventen gesticht. De zusters van het gemene leven kenden kloosterregel noch kloostergeloften, leefden van textielnijverheid en leidden een semi-religieus gemeenschapsleven in stilte en beslotenheid.
Zoals de broeders te Windesheim stichtten zij een klooster te Diepenveen, dat model zou staan voor tal van reguliere kanunnikessenkloosters volgens de observantie van het kapittel van Windesheim.
Auteur
R.Th.M. van Dijk, [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. Scheepsma (red.), Het ootmoedig fundament van Diepenveen (Kampen 2002).