Kloostergemeenschappen van vrouwen die leven volgens de geloften van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid.
Sommige gemeenschappen zijn contemplatief (beschouwend) van aard, maar verreweg de meeste zijn ‘actief ’, ontplooien allerlei maatschappelijke activiteiten ten behoeve van de kerk en de medemens. Al in de Middeleeuwen maakten zusters zich verdienstelijk in onderwijs en verpleging; zij werkten echter binnen de muren van hun eigen slotklooster. De zustercongregaties die tot bloei kwamen in de negentiende en twintigste eeuw stichtten daarentegen huizen (succursalen) in de steden of dorpen waar hun inzet nodig was.
De huizen van een congregatie worden centraal bestuurd door een moeder-overste en een algemeen bestuur, die in het moederhuis of in een bestuurshuis zijn gevestigd. In dit opzicht zijn deze congregaties geënt op het archetype van Dochters van Liefde (Filles de la Charité) die in 1633 werden gesticht in Parijs door Louise de Marillac en Vincent de Paul. Sinds het begin van de negentiende eeuw zijn circa honderdvijftig zustercongregaties voor korte of lange tijd in Nederland werkzaam geweest, ongeveer dertig van eigen bodem.
Zustercongregaties zijn meestal gespecialiseerd in onderwijs, verpleging, jeugdwerk of gehandicaptenzorg, maar sommige combineren meerdere werkterreinen. Zij hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van katholieke onderwijs- en zorginstellingen. De meeste zetten zich ook in voor de katholieke missie in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. In Nederland zijn sinds 1965 de zustercongregaties als gevolg van een gebrek aan nieuwe leden (roeping) gestaag kleiner geworden en sterk vergrijsd. Zij hebben hun instellingen en werkzaamheden mettertijd moeten afstoten. Sommige van hen hebben echter bloeiende vertakkingen in de voormalige missielanden, met name in Indonesië.
Auteur
J.P.A. van Vugt [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. van Heijst, Zusters, vrouwen van de wereld. Aktieve religieuzen en haar emancipatie (Amsterdam 1985)
J. van Vugt en C. Voorvelt, Kloosters op schrift. Een bibliografie over de orden en congregaties in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw (Nijmegen 1992)
J. Eijt, Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster. Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820-1940 (Hilversum/Nijmegen 1995)