Deze groeide uit de aansporing in het Nieuwe Testament de zieken ‘met olie te zalven in de naam van de Heer’ (Jac. 5:14; Marc. 6:13).
Als symbolische handeling is de ziekenzalving bekend in verschillende christelijke kerken. In de katholieke traditie wordt ze onder de sacramenten gerekend. Ze ontwikkelde zich tot het sacrament van de stervenden en werd daarom het laatste of heilig oliesel genoemd.
Het Tweede Vaticaans Concilie verkiest echter de naam ziekenzalving, en bestemt dit herhaalbare sacrament ook voor ernstig zieken en verzwakte ouderen. Het sacrament van de ziekenzalving kan individueel worden toegediend, of in een liturgie met meer zieken. De zieke wordt in de regel op het voorhoofd en op de handen gezalfd met heilige olie. Enkel de priester en de bisschop dienen dit sacrament geldig toe; pastoraal werkers kunnen wel een ziekenzegen schenken als sacramentale.
De ziekenzalving schenkt troost en bemoediging, en heeft als sacrament ook een zondenvergevend karakter. Ze verenigt met het lijden van Christus en met de kerkgemeenschap, en bereidt voor op de laatste overgang.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Nationale Raad voor Liturgie, De pastorale zorg rond de zieken en de ziekenzalving (Zeist 1986)
L. Leijssen, ‘De ziekenzalving als sacrament van geloof en “rite de passage”’, in: E. Henau, F. Jespers (red.), Liturgie en kerkopbouw (Hilversum 1993), 127-157