Duits oudtestamenticus (Hameln an der Weser 17.5.1844 - Göttingen 7.1.1918)
Julius Wellhausen werkte van 1872 tot 1882 aan de theologische faculteit te Greifswald. Omdat hij zich niet langer geschikt achtte predikanten op te leiden, verliet hij deze faculteit en hield zich vervolgens vooral bezig met arabistiek en het Nieuwe Testament.
In zijn invloedrijkste werk, Prolegomena zur Geschichte Israels (1882), beschrijft Wellhausen de ontwikkeling van Israëls godsdienst van een spontane natuurreligie tot een wetsreligie.
Vele oudtestamentici lieten zich overtuigen door Wellhausens reconstructie, die sterk afweek van het bijbelse beeld van de geschiedenis. Daarmee aanvaardden zij ook de met name door Graf en Kuenen ontwikkelde theorie van het ontstaan van de Pentateuch uit vier bronnen, die Wellhausen als uitgangspunt genomen had. Als gevolg daarvan ging ‘wellhausianisme’ fungeren als aanduiding van deze theorie en de daarmee samenhangende benadering van het Oude Testament. Zie ook bronnensplitsing.
Auteur
G. Kwakkel [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Hans-Joachim Kraus, Geschichte der historisch-kritischen Erforschung des Alten Testaments (Neukirchen-Vluyn 1956)
Lothar Perlitt, Vatke und Wellhausen (Berlin 1965)