De discussie over de toelaatbaarheid van vrouwen tot de kerkelijke ambten hield in de hele twintigste eeuw de (protestantse) kerken in Nederland bezig.
Een aantal kerkgenootschappen, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Remonstrantse Broederschap en de Evangelisch-Lutherse Kerk liet al in het begin van de eeuw vrouwen toe tot hun predikantsopleidingen. Bij de doopsgezinden, remonstranten en lutheranen lijkt de openstelling vooral ingegeven door de veranderende maatschappelijke positie van vrouwen en minder door theologische overwegingen. Anders was het in de beide grote protestantse kerken van Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK) en de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN).
Al in 1902 ontbrandde de discussie in de NHK en zij zou tot 1967 duren. De GKN discussieerden kort maar hevig over de zaak in de jaren zestig. In de discussie speelden naast maatschappelijke ontwikkelingen twee theologische kwesties een belangrijke rol. De eerste was de visie op het ambt, waarin langzaam het accent verschoof van leidinggeven (wat vrouwen niet toekwam) naar dienst (waartoe vrouwen bij uitstek geschikt werden geacht). De tweede betrof een andere visie op de Schrift. Waar teksten van Paulus uit het Nieuwe Testament aanvankelijk werden gelezen als een voor alle tijden en plaatsen geldend verbod op het leidinggeven van vrouwen, daar begon men langzamerhand oog te krijgen voor de culturele achtergrond van het ontstaan van de teksten en vragen te stellen bij de blijvende geldigheid voor kerken in de moderne tijd.
Sinds 1993 kennen ook de baptisten in Nederland vrouwelijke predikanten. In andere protestantse kerkgenootschappen blijft de zaak onderwerp van discussie. In 2002 werd de eerste vrouwelijke priester gewijd in de Oudkatholieke Kerk van Nederland. In de Rooms-Katholieke Kerk daarentegen is van een dergelijke ontwikkeling geen sprake.
Auteur
Lieke Werkman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
L.A. Werkman, ‘Op eigen wijze. De geschiedenis van de vrouw in het ambt’, in: Predikant in Nederland (1800 tot heden). Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800, 5, (Kampen 1997), 254–273