Middeleeuwse orde, gesticht door Johannes van Matha en Felix van Valois, eind twaalfde eeuw, de tijd van de kruistochten.
Volgens de ordetraditie verscheen aan Johannes een wit geklede engel, voorzien van een rood en blauw kruis, aan weerszijden begeleid door een geketende slaaf. Johannes van Matha trok zich hierna voor bezinning terug in een bos, waar hij een ontmoeting had met kluizenaar Felix van Valois. Toen ook aan Felix een soortgelijk teken verscheen, stond voor beiden de goddelijke opdracht vast: het loskopen en uitwisselen van door ongelovigen gevangen genomen christenen, in naam van de drie-eenheid (triniteit). Na de pauselijke goedkeuring van de orde hebben de trinitariërs, waarvan later ook een vrouwelijke tak ontstond, zich ingezet voor de verering van de drie-eenheid, en daardoor gemotiveerd traden ze eeuwenlang op als christelijk-humanitaire organisatie.
In 1199 reisden de eerste trinitariërs naar Tunis, waar 186 gevangen christenslaven werden losgekocht. Door de eeuwen heen liep het aantal vrijgekochte en uitgewisselde christenen in de tienduizenden. De triniteitsdevotie maakten de trinitariërs zichtbaar in hun kleding. Ze droegen een wit habijt met daarop een rood en blauw kruis. Huizen van de trinitariërs kwamen verspreid door heel Europa voor, van de Middellandse Zee tot in Schotland, van Frankrijk tot in Palestina. Ze functioneerden in het middeleeuwse Europa als een soort christelijk internationaal rode kruis.
Door onder meer onderdrukking van religieuze ordes was de orde in de negentiende eeuw bijna uitgestorven, maar werd vervolgens in verschillende landen opnieuw gevestigd. Thans heeft zij circa zevenhonderd leden over de hele wereld.
Auteur
F. van der Pol [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R. Grimaldi-Hierholtz et J. Pujana, L’ordre des Trinitaires: histoire et spiritualité (Paris 1994)