Strengere tak van de orde der cisterciënzer monniken.
De naam van deze orde is voluit: Cisterciënzers van de Strenge Onderhouding (Ordo Cisterciensium Strictioris Observantiae, OCSO). De trappisten zijn genoemd naar het Normandische klooster La Trappe, waar abt Jean-Armand le Bouthillier de Rancé in de tweede helft van de zeventiende eeuw de oude strengheid van de cisterciënzer leefregel trachtte te herstellen. De trappisten breidden zich in de loop van de achttiende eeuw uit naar andere Europese landen, maar hun gemeenschappen overleefden de periode van de Franse Revolutie slechts ternauwernood. In het midden van de negentiende eeuw begonnen zij aan een opmerkelijke wederopleving.
In 1892 werden alle trappisten in een orde verenigd. In Nederland is de orde sinds 1846 aanwezig, met abdijen in Achel (Sint-Benedictusabdij), Diepenveen (Abdij Sion), Peij-Echt (Abdij Lilbosch), Tegelen (Monasterium O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen), Berkel-Enschot (Abdij Koningshoeven) en Zundert (Abdij Maria Toevlucht). De orde kent ook een vrouwelijke tak, de trappistinnen of cisterciënzerinnen (Berkel-Enschot).
Auteur
J.P.A. van Vugt [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Claerhout, Een leven van liefde. Cisterciënzers in de Lage Landen op weg naar de 21ste eeuw (Tielt 1999)