Kledingstuk dat deel uitmaakt van de protestantse kerkelijke kleding.
De zwarte toga met bef en baret is in de negentiende eeuw onder predikanten in zwang gekomen ter vervanging van het kostuum dat bekend staat als ‘mantel en bef ’. Daarbij speelde de veranderende maatschappelijke positie van de predikant een belangrijke rol. In 1843 werd de toga aanbevolen door de lutherse synode, in 1844 door de Remonstrantse Broederschap, en in 1854 door de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Auteur
M.J. Aalders [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M.J. Aalders, De komst van de toga. Een historisch onderzoek naar het verdwijnen van mantel en bef en de komst van de toga op de Nederlandse kansels, 1796-1898 (Delft 2001)