Frans jezuïet (Clermont-Ferrand 1.5.1881 - New York 10.4.1955)
Ontwikkelde bij de jezuïeten zowel zijn wetenschappelijke belangstelling, met name geologie en paleontologie, als zijn religieuze kant. Teilhard nam afstand van het thomisme en neigde naar het pantheïsme. In 1920 werd hij hoogleraar geologie aan het Institut Catholique te Parijs. Vanaf 1923 participeerde hij in opgravingen van jezuïeten bij Tientsin, China, waar hij in 1929 internationale bekendheid kreeg door zijn betrokkenheid bij de ontdekking van de Sinanthropis Pekinensis (Pekingmens). De Tweede Wereldoorlog bracht hij in China door.
Teilhard werd een voorstander van de evolutieleer, die hij verbond aan het christelijke geloof door onderscheid te maken tussen binnen- en buitenkant van de mens. Hij stelde dat de geestelijke kracht die de biologische differentiatie aanstuurde, zich in Christus openbaarde. Concentratie op Christus zou de mens in staat stellen zich verder te ontwikkelen naar hogere vormen. Zo werd in de optiek van Teilhard, Christus zelf de ‘as’ van de evolutie. Deze onhistorische benadering van Christus is enigszins te vergelijken met gnostische ideeën.
Teilhard kwam in botsing met het katholieke leergezag, dat in 1948 verhinderde dat Teilhard een leerstoel kreeg aan het Collège de France. Dat hij ook veel collega-wetenschappers niet wist te overtuigen heeft geleid tot persoonlijk isolement en tragiek. Zijn bekendste boek is Le Phénomène humain dat hij in 1939-1940 schreef (Het verschijnsel mens, 1958). Zijn theologische geschriften werden door de Rooms-Katholieke Kerk op de index van verboden boeken geplaatst en werden pas na zijn dood bekend bij een breder publiek.
Auteur
J.A. Zeilstra [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Lukas, M. en E, Teilhard. Mens, priester, geleerde (Hilversum 1981)