In algemene zin duidt het begrip op de verwijzende betekenis van de werkelijkheid.
Op basis van die algemene definitie wordt soms onderscheid gemaakt tussen verschillende typen van symboliek. In een meer toegespitste zin wordt het woord gebruikt voor een categorie van symbolen waarvan de betekenis niet precies is afgebakend. Het gebruik daarvan is niet aangeleerd, zoals het geval is met de gesproken en geschreven taal. Kenmerkend voor deze categorie is dat ze een direct appèl doen op de zintuigen en meerdere associaties kunnen oproepen. Tot deze categorie horen vooral niet-verbale symbolen, bijvoorbeeld visuele beelden. Deze vorm van religie speelt een belangrijke rol in de kunst en in de religie.
In de protestantse en de rooms-katholieke tradities heeft men vanouds verschillende houdingen aangenomen tegenover symboliek in de meer toegespitste zin. Dat komt vooral tot uiting in de eredienst. In de protestantse eredienst draait het primair om het woord van de Schrift dat wordt gelezen en uitgelegd in de preek. In de rooms-katholieke neemt symboliek een veel grotere plaats in, net als overigens in de oosters-orthodoxe kerk. Dat blijkt onder andere uit de centrale rol van de sacramenten en de sacramentalia, en uit de inrichting van het kerkgebouw.
Auteur
Gerard Rouwhorst [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. Jetter, Symbol und Ritual. Anthropologische Elemente im Gottesdienst (Göttingen 1986 2de druk)
G. Lukken, Rituelen in overvloed (Baarn 1999)