Groepen van personen die zich aan God toewijden, maar ‘in de wereld’ blijven, dus niet toetreden tot een kloosterorde of congregatie.
Er zijn weliswaar talrijke overeenkomsten met de kerkelijke richtlijnen voor religieuzen, maar leden van seculiere instituten leggen geen geloften af en zijn in de meeste gevallen getrouwd. Doorgaans leven de lidmaten niet in gemeenschap met andere leden. Afhankelijk van de regels van het instituut staat de toegang ook open voor seculiere priesters. De meeste instituten ontstonden na de Tweede Wereldoorlog. Paus Johannes Paulus II had grote verwachtingen van deze instituten met het oog op een vurig katholicisme in de eenentwintigste eeuw. Bekende instituten zijn Opus Dei en de Schönstatt-Bewegung.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Bart Lauvrijs, De seculiere instituten: Het religieuze leven van de 21e eeuw? (Brugge 1991)