Duits theoloog (Breslau 21.11.1768 - Berlijn 12.2.1834)
Friedrich Schleiermacher kwam op jeugdige leeftijd in aanraking met het piëtisme van de Moravische Broeders, onder andere als leerling van een door Hernhutters geleid gymnasiaal internaat te Niesky bij Görlitz. Gevoelig als hij was, werd hij er sterk door beïnvloed, maar ook verscheurd, vooral wegens de strenge eis van het piëtisme dagelijks zelfonderzoek te doen naar de innerlijke stand van het geloof. Daarnaast vroeg zijn intellectuele begaafdheid om zelfstandig onderzoek naar geloofsopvattingen die als onaantastbaar werden beschouwd. Van zijn innerlijke tweespalt werd hij zich sterk bewust tijdens zijn studie aan het Hernhutter Seminarie te Barby bij Halle, toen het hem onmogelijk werd een ‘offer des verstands’ te brengen om het geloof te behouden. Hij zette zijn studie voort aan de universiteit van Halle en was enige jaren huisleraar en predikant.
Hij baarde groot opzien met zijn in 1799 uitgekomen Über die Religion, dat beschouwd kan worden als een reactie op het zes jaar eerder verschenen Religion innerhalb der Grenzen der bloßen Vernunft van Kant. Schleiermacher maakte een scherp onderscheid tussen religie enerzijds en wetenschap, metafysica en moraal anderzijds. Hij moest niets hebben van het dogmatische schoolsysteem van de traditionele theologie, maar kon ook niets beginnen met de toen in intellectuele kringen gangbare alternatieven deïsme, natuurlijke theologie en rationele theologie. In die zin is Über die Religion een nog steeds ongeëvenaard monument van radicale ervaringstheologie.
Religie is volgens Schleiermacher het onmiddellijke aanschouwen en voelen van het universum, opgevat als het totaal van alles wat is en geschiedt: wereld, natuur, mensheid en geschiedenis. Wetenschap onderzoekt het universum actief naar oorzaak en gevolg en experimenteert daarmee, maar religie ondergaat de grootheid van het universum zuiver passief. Het universum is zelfs meer dan God. Aan het slot van de tweede Rede zegt Schleiermacher dat de idee God, opgevat als een product van het menselijke voorstellingsvermogen, een personifiëring van het universum is. Dat betekent een radicale breuk met de reformatie, maar stelt ook het probleem of religie nog wel een zelfstandig fenomeen is, want het aanschouwen van het universum is vanouds een filosofische bezigheid en niet een religieuze. Dat bracht Schleiermacher ertoe zijn concept van religie bij te stellen om het exclusieve karakter van religieuze ervaring te kunnen handhaven.
In de tweede druk van Über die Religion uit 1806 laat hij het ‘aanschouwen van het universum’ vallen ten gunste van een ‘gevoel van volstrekte afhankelijkheid’, om dat in Die christliche Glaube van 1821 (1830 2e druk) nader uit te werken. In wetenschap, metafysica en ethiek beleven we een gevoel van volstrekte vrijheid, maar in religie een gevoel van volstrekte afhankelijkheid. Het ‘waarvandaan’ van die afhankelijkheid noemen wij ‘God’, zegt Schleiermacher, wat Godservaring lijkt te identificeren met volstrekt afhankelijkheidsgevoel. Als bezwaar is altijd aangevoerd dat op die manier religie een algemene antropologische categorie wordt en christelijke vroomheid niet uitkomt boven een subjectieve gevoelsbeleving. Dat maakt het begrijpelijk dat Barth niets met Schleiermacher kon aanvangen en als principieel alternatief zijn openbaringstheologie ontwikkelde.
De theologe Heleen Zorgdrager is echter van mening dat het onjuist is Schleiermacher op te vatten als een subjectieve gevoelstheoloog. Volgens haar heeft Schleiermacher met zijn omschrijving van vroomheid als gevoel van volstrekte afhankelijkheid tot uitdrukking willen brengen, dat ware vrijheid gevonden wordt in een dynamiek die wij zelf niet tot stand brengen; met als theologische consequentie dat het Woord Gods niet van zijn vrijheid wordt beroofd.
Auteur
G. Manenschijn [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Friedrich Schleiermacher, Kritische Gesamtausgabe, herausgegeben von Hans-Joachim Birkner e.a. (Berlin/New York 1984)
Wolfhart Pannenberg, Problemgeschichte der neueren evangelischen Theologie in Deutschland. Von Schleiermacher bis zu Barth und Tillich (Göttingen 1997)
Heleen Zorgdrager, Theologie die verschil maakt. Taal en sekse-differentie als sleutels tot Schleiermachers denken (Zoetermeer, 2003)