Bidsnoer in de Rooms-Katholieke Kerk, bestaande uit vijfmaal tien kralen, telkens onderbroken door een grote kraal en voorafgegaan door een kruisje plus één grote, drie kleine en wederom één grote kraal.
Ook het gebed zelf wordt zo genoemd en gaat als volgt: aan het kruisje wordt de geloofsbelijdenis gebeden, aan de grote kralen het onze vader, en aan alle kleine kralen het weesgegroet. Het snoer zo driemaal rond bidden is een volledig rozenkransgebed. Het snoer slechts eenmaal rond bidden wordt een rozenhoedje genoemd. Bij elk tiental kralen (een zogeheten ‘tientje’) wordt een gebeurtenis uit het leven van Maria overwogen (de zogeheten blijde, droevige en glorievolle geheimen).
Het rozenkransgebed met sterke nadruk op de Mariadevotie dateert uit de vijftiende eeuw en diende oorspronkelijk als plaatsvervanger van het officiële kerkelijk gebed der getijden, dat voor de ongeletterde gelovigen te moeilijk gevonden werd. Met de opkomst van de liturgische beweging in het midden van de twintigste eeuw is deze vorm van gebed op de achtergrond geraakt.
Het feest van de rozenkrans is op de eerste zondag van oktober.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]