Aanduiding voor de liturgische tradities van de stad Rome die zich vanaf de christelijke Oudheid hebben ontwikkeld.
Een van de belangrijkste kenmerken van de Romeinse liturgie was dat er een onderscheid bestond tussen vieringen waarin de paus celebreerde en de liturgische gebeden waarin de presbyters (priesters) van de talrijke titelkerken (parochiekerken) voorgingen. De aanwezigheid van de bisschop van Rome drukte een bepaald stempel op de liturgie. Deze begon bijvoorbeeld met een plechtige intocht van de paus en zijn gevolg (introïtus). De gebeden van de Romeinse liturgie vallen op door hun nuchterheid, bondigheid en theologische precisie. In de Romeinse canon, het eucharistische gebed van de Romeinse liturgie, ligt een sterke nadruk op het offerkarakter van de eucharistieviering. Afgezien van ceremonieel dat verband houdt met de aanwezigheid van de paus, is de Romeinse liturgie op het punt van de symboliek en de gebaren tamelijk sober. De kerkmuzikale tradities van Rome vormen de basis van het gregoriaans.
In de vroege Middeleeuwen is de pauselijke variant van de Romeinse liturgie ingevoerd bij de Franken en de Germanen, en zo vermengd met Frankische en Germaanse tradities. De aldus aangepaste liturgie heeft in de tweede helft van de Middeleeuwen ingang gevonden in Rome, is van daaruit verspreid over de toenmalige westerse kerk en vormt de basis van de eredienst van de Rooms-Katholieke Kerk.
Auteur
Gerard Rouwhorst [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Nolthenius, Muziek tussen hemel en aarde. De wereld van het Gregoriaans (Amsterdam 1985)
H. Wegman, Riten en mythen. Liturgie in de geschiedenis van het christendom (Kampen 1991)