Duits kardinaal (Marktl am Inn 16.4.1927)
Ratzinger was hoogleraar dogmatiek aan meerdere universiteiten (1958-1977), voordat hij in 1977 werd benoemd tot bisschop te München. In 1981 werd hij voorzitter van de Congregatie voor de Geloofsleer. Als officieel deskundige werkte hij actief mee aan het Tweede Vaticaans Concilie. Zijn dissertaties over Augustinus (1954) en Bonaventura (1958) legden de grondslag voor een theologie die vanaf 1968 steeds meer gericht was op de relevantie van de dogma’s, de sacramenten, de liturgie en het priesterlijk ambt. Paus Johannes Paulus II is door hem sterk beïnvloed. Zijn boek Einführung ins Christentum (1968; De kern van ons geloof, 1970) kreeg grote bekendheid.
Ratzinger bewaakte met grote nadruk de officiële katholieke leer; regelmatig kwamen docenten theologie onder zware kritiek te staan, wat met name gold voor de bevrijdingstheologie. Vrouwen zijn volgens hem niet bekwaam voor het priesterlijk ambt. In 2005 werd hij gekozen tot paus; zie Benedictus XVI.
Auteur
Hermann Häring [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
John L. Allen, Cardinal Ratzinger: The Vatican’s Enforcer of the Faith (New York 2000)