Joods geestelijk leidsman (van het Hebreeuwse rabbi, mijn meester).
De rabbijn is in de eerste plaats dajan (religieus rechter) en heeft tot taak in overeenstemming met de halacha, het joodse juridische corpus, beslissingen te nemen over de toepassing van het recht op concrete situaties. Daarnaast verspreidt hij de joodse traditie door derasjot (preken) en sji’oeriem (lessen) te geven.
Een pastorale taak hoort vanouds niet bij zijn takenpakket. Iemand wordt rabbijn door semichot (getuigschriften) van aanzienlijke rabbijnen te verkrijgen, die verklaren dat hij de vereiste kennis heeft voor deze functie. Daartoe leerde men aan verschillende jesjiwot (Talmoedhogescholen). Sinds de negentiende eeuw zijn er officiële rabbijnenseminaries ontstaan, waarin een volledige opleiding wordt gegeven met een examen als sluitstuk.
In de chassidische gemeenschap wordt de geestelijk leidsman rebbe genoemd, naar de Asjkenazisch-Hebreeuwse uitspraak van rabbi.
Auteur
Bart Wallet [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Simon, Schwarzfuchs, A concise history of the rabbinate (Oxford 1993)