Religieus ritueel waarbij groepsgewijs en in beweging eerbetoon gebracht wordt aan een god.
Het Rituale Romanum van 1614 stelt dat processies als ritueel binnen de Rooms-Katholieke Kerk al van ‘zeer oude tijden’ (tweede eeuw n. Chr.) bekend waren. Een dergelijke collectieve vorm van eerbetoon komt echter in de meeste religies voor en zijn ook uit de voorchristelijke (‘heidense’) tijd bekend.
Het is overigens wel duidelijk dat in de rooms-katholieke processiecultuur elementen zijn overgenomen van of geïnspireerd zijn op processies en optochten die in de klassieke oudheid werden gehouden. De etymologie van het woord ‘processie’ brengt een essentieel onderdeel van het religieuze ritueel naar voren. In het Latijnse woord processio ligt namelijk het bewegingselement ‘voortgaan’ (procedere). Daarnaast is bepalend dat dit voortgaan niet individueel geschiedt, maar groepsgewijs en dat op enigerlei wijze uitdrukking wordt gegeven aan een religieus gevoel. Bovendien ligt er nog een tweede element van beweging in besloten: het in- en uitgaan van het kerkgebouw.
Een processie is dus een religieus ritueel, in plechtige optocht uitgevoerd door gelovigen, al of niet in combinatie met kerkelijke functionarissen en attributen, met als doel versterking van de godsvrucht, boetedoening en/of als een te richten dank- of smeekbede tot God of een heilige. Afgezien van een afwijkende vormgeving, vormen met name de verschillen in vorm en doel het belangrijkste onderscheid met (profane) optochten en stoeten.
Centraal staat bij een processie de gemeenschappelijkheid van het ritueel: een actief samenzijn van geestelijken en kerkvolk. Daarbij wordt wel de parallel getrokken met de geloofsgemeente van Christus – het rondreizende volk Gods uit het Nieuwe Testament – dat, op weg naar het heil, op aarde geen vaste plaats heeft. Om dit heil te vinden, dient men niet passief te blijven maar actief te worden. In dit verband wordt de processie nogal eens op één lijn met bedevaart gesteld. Bij een processie staat de geordende cultische beweging centraal en, in tegenstelling tot de bedevaart, speelt het uiteindelijke eindpunt voor het ritueel een ondergeschikte rol. De deelnemers wensen een symbolisch of ritueel bepaalde afstand te overbruggen om gedurende het traject in geconcentreerd gezamenlijk gebed en ritueel zich in een nauwere relatie tot God te stellen of om een bepaalde gelofte te realiseren.
De Contrareformatie heeft aan de sacramentsprocessie ook een ‘militante’ dimensie gegeven: ‘de hemelse veldtocht als triomftocht van de overwinning op de vijand en als strijdmiddel tegen die vijand’, volgens toenmalige theologen. Een militaire terminologie die met opzet werd ingezet bij de religieuze strijd van die tijd. Toen in het Nederland van de negentiende eeuw de processie weer onderwerp van politiek en kerkstrategie werd (processieverbod), staken dergelijke metaforen opnieuw de kop op.
Terwijl de processie door de pauselijke curie wordt gerekend tot de kerk-universeel uit te voeren sacramentalia, is er maar weinig algemeen-kerkelijke regelgeving over tot stand gekomen. Weliswaar bestonden er al in de vijftiende en zestiende eeuw lokale of diocesane processionalia, liturgische boeken waarin processieordeningen en processieliederen zijn opgetekend.
Pas sinds het begin van de zeventiende eeuw zijn – in het Rituale Romanum – enkele algemene kerkelijke bepalingen ten aanzien van processies geformuleerd. Een striktere kerkrechtelijke definitie kwam in de Codex iuris canonici van 1918 terecht. Hierin worden enkele formele vereisten genoemd waaraan een processie in kerkelijke zin moet voldoen. Dit rechtsboek stelt als voorwaarde voor een processie, als pium exercitium, de aanwezigheid en leiding door een geestelijke in kerkelijk gewaad. Bovendien moet het vertrek- en eindpunt een kerk of kapel zijn en dient de uitvoering te geschieden volgens de verdere bepalingen van het Rituale Romanum.
Er bestaan belangrijke verschillen tussen strikt kerkelijk-liturgisch ingebedde, ‘priesterlijke’ processies gericht op het ‘mysterie van het geloof ’ en de vaak minder restrictieve smeekprocessies, ommegangen, boeteprocessies, bloedprocessies en groeps- of processiebedevaarten, die vaak gepaard gingen met elementen van volksdevotionele of profane aard.
Auteur
Peter Jan Margry [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Sabine Felbecker, Die Prozession (Altenberge 1995)
Andrea Löther, Prozessionen in spätmittelalterlichen Städten (Köln 1999)
Peter Jan Margry, Teedere quaesties. Religieuze rituelen in conflict (Hilversum 2000)
‘Prozessionen einst und jetzt’, in: Jahrbuch für Volkskunde (2004) themanummer processies, 63-190