Exegeet, hoofdaalmoezenier van sociale werken (Venray 14.2.1868 - Heerlen 7.9.1948)
Poels werd na zijn gymnasiumopleiding te Rolduc (1880- 1886) en zijn priesterstudie (1887-1891) in 1891 priester gewijd. Hij studeerde bijbelwetenschappen in Leuven en promoveerde aldaar in 1897. Zijn exegetische opvattingen, neergelegd in onder andere De oorsprong van den Pentateuch, verhinderden zijn benoeming tot bijbeldocent aan het Roermondse grootseminarie, zelfs nog na zijn benoeming als consultor van de pauselijke bijbelcommissie in 1901. Van 1904 tot 1910 was Poels hoogleraar Oude Testament aan de katholieke universiteit van Washington, maar ook daar golden zijn historisch-kritische opvattingen over het auteurschap van de Pentateuch als heterodox. In 1910 moest hij ontslag nemen. Zijn Amerikaanse wederwaardigheden legde hij vast in A Vindication of my Honour (1910).
In 1910 werd hij benoemd tot aalmoezenier (1915 hoofdaalmoezenier) van sociale werken in het bisdom Roermond. In deze functie werd hij de stuwende kracht achter een evenwichtige sociale ontwikkeling van de in ontginning genomen Limburgse mijnstreek, en een van de groten van de katholieke arbeidersemancipatie in Nederland. Zijn opvattingen over de voorrang van standsorganisaties boven vakorganisaties (de zogenaamde ‘Limburgse School’ tegenover de ‘Leidse School’ van J. Aengenent en P.J.M. Aalberse sr.) werden in 1916 door de bisschoppen overgenomen.
Auteur
Lodewijk Winkeler [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Colsen, Poels (Roermond 1955)
M.G. Spiertz, ‘Poels, Hendrikus Andreas’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, I (Den Haag 1979), 460-462