Hoofd van een oosterse kerkgemeenschap,orthodox of geünieerd, gekozen door vertegenwoordigers van de eigen lokale kerkgemeenschap en daarna erkend door de bredere kerkgemeenschap waartoe men behoort (zie oosterse kerken).
De keuze van een geunieerde patriarch wordt bekrachtigd door de paus. Traditioneel zijn er vijf belangrijke patriarchale zetels: Rome, Constantinopel, Alexandrië, Antiochië, de voornaamste steden van het Romeinse rijk, en Jerusalem. In latere tijd wilden belangrijke kerkelijke provincies hun zelfstandigheid markeren door het creëren van eigen patriarchaten. Zo ontstonden er de patriarchaten van Moskou, Servië, Bulgarije en Roemenië binnen de orthodoxe wereld.
Ook de oriëntaalse kerken worden geleid door een patriarch, bijvoorbeeld de koptische patriarch van Alexandrië. Zowel in de geünieerde als in de orthodoxe kerken wordt nagedacht over het creëren van nieuwe patriarchaten. Met name de discussie over een eigen orthodoxe patriarchaat voor West-Europa of de Verenigde Staten is actueel. Binnen de Latijnse kerk wordt de paus de patriarch van Rome genoemd.
Auteur
H. Teule [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]