Kleinste bestuurlijke eenheid binnen de Rooms-Katholieke Kerk, als onderdeel van een bisdom.
Het woord is afkomstig uit het Grieks. In de jonge kerk sprak men van een ekklèsia paroikoesa, de ‘(christen)gemeenschap op doortocht’, namelijk naar het hemelse vaderland. Een parochie staat onder leiding van een pastoor, eventueel geassisteerd door kapelaans of pastoraal werkers. Gewoonlijk worden alle medewerkers van de parochie, ook de niet-priesters en de vrouwelijke assistenten, pastores genoemd (zie: pastor).
De materiële zaken in de parochie worden behartigd door een kerkbestuur onder voorzitterschap van de
pastoor. Daarnaast heeft een parochie een parochieraad, als adviesorgaan voor pastorale aangelegenheden. Het bestuur van deze raad (parochiebestuur) kan tevens kerkbestuur zijn.
Het begrip parochie is beperkter dan het protestantse begrip gemeente, omdat het parochiebegrip geen theologische invulling heeft.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]