Benaming voor sommige leidinggevende figuren in de vroege kerk; in het Grieks presbyteroi (presbyters).
Ouderlingen zijn bestuurders van een plaatselijke kerk en zien toe op leer en leven van de gemeenteleden. In de bijbel (Hand. 11:30 en 15:6) zien we in de gemeente van Jeruzalem ouderlingen, die ze ongetwijfeld overgenomen heeft van de synagoge. Opvallend is dat Paulus ze niet noemt, behalve in de pastorale brieven, terwijl we in Handelingen 14:23 wel lezen dat hij en Barnabas ze overal aanstelden in de door hen gestichte heiden-christelijke gemeenten. Calvijn heeft, in verzet tegen de hiërarchische ambtsstructuur in de Rooms-Katholieke Kerk van zijn dagen, de ouderling weer naar voren geschoven. De functie is dan ook een vaststaand ambt geworden in de gereformeerde, de hervormde en de presbyteriaanse kerken.
Van O. Noordmans is de uitspraak: ‘Toen Calvijn de pion van de presbyter trok, zette hij daarmee de paus schaakmat.’ In de presbyteriaanse kerken maakt men in navolging van Calvijn op grond van 1 Timoteüs 5:17 vaak onderscheid tussen lerende en regerende ouderlingen; de laatsten zijn in de regel ‘leken’.
Auteur
K. Runia [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. van Ginkel, De ouderling (Amsterdam 1975)