Ook: ‘Roomsch-Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie’ of kortweg Cleresie.
Met de naam ‘oud-katholiek’ oriënteert de kerk zich op de geloofstraditie van de oude, ongedeelde kerk uit de eerste eeuwen. Bepaalde ontwikkelingen in de Rooms-Katholieke Kerk wijst zij af als vernieuwingen die in strijd zijn met de oude kerk. Dit betreft met name de dogma’s van de pauselijke onfeilbaarheid en zijn jurisdictieprimaat (1870), en de dogma’s van de Onbevlekte ontvangenis van Maria (1854) en haar lichamelijke tenhemelopneming (1950).
Met de naam ‘oud-bisschoppelijk’ maakt de kerk duidelijk dat zij vasthoudt aan de rechten van de lokale kerk. In deze visie bestaat de kerk allereerst uit katholieke gelovigen die zich in een bisdom rond de bisschop hebben verenigd. Geestelijken en leken kiezen samen hun bisschop.
Er is geen hiërarchisch onderscheid tussen de bisschoppen onderling. Allen zijn gelijkwaardig, en het hoogste gezag in de wereldwijde kerk wordt uitgeoefend door de bijeenkomst van alle bisschoppen samen, het algemeen concilie.
De Oud-Katholieke Kerk van Nederland beschouwt zichzelf als de wettige voortzetting van de oorspronkelijk door Willibrord gestichte kerk. Een meningsverschil over het kerkelijk functioneren leidde gedurende de zeventiende en de achttiende eeuw tot een splitsing onder de katholieken in de Republiek. De ene, veruit talrijkste groepering beschouwde de katholieke kerk ten onder gegaan tijdens de Reformatie. Zij bepleitte een krachtig bestuur vanuit Rome om de kerk weer op te bouwen en sprak over de kerk in de Republiek als 'Hollandse zending’ of ‘missie’. Zij ontving vooral steun van reguliere geestelijken zoals de jezuïeten.
Daar stond een minderheidsgroepering tegenover, die de eigen rechten van de lokale kerk en daarmee haar
continuïteit verdedigde. Het meningsverschil bereikte een hoogtepunt, toen de bisschop in de Republiek, de apostolisch vicaris Petrus Codde, in 1704 werd afgezet wegens vermeend jansenisme.
Nadat onderhandelingen vruchteloos bleken, kozen de aanhangers van Codde – door hun opponenten betiteld als ‘jansenisten’ – in 1723 Cornelis Steenoven (1662-1725) tot nieuwe bisschop. Met zijn wijding in 1724 werd de opvolging in het bisschoppelijk bestuur veiliggesteld. Later werden er ook bisschoppen van Haarlem (vanaf 1742 tot heden) en van Deventer (vanaf 1758 tot 1982) benoemd.
De meerderheid van de rooms-katholieken voegde zich naar Rome en werd geleid door aartspriesters, die vanuit het buitenland werden aangestuurd. De afkondiging van de pausdogma’s van 1870 riep protestbewegingen op in met name Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Uit deze en latere soortgelijke bewegingen ontstonden nieuwe kerken, die de wijding van hun bisschoppen aan de Cleresie ontleenden.
Vanaf 1889 komen de oud-katholieke bisschoppen samen in een internationale bisschoppenconferentie. Het fundament voor hun samenwerking, de ‘Bisschopsverklaring van 1889’, werd in 2001 in een statuut omschreven.
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw telde de Oud-Katholieke Kerk ongeveer achtduizend gelovigen in
ongeveer dertig parochies, in het aartsbisdom Utrecht en het bisdom oud-katholieke kerk Haarlem.
De kerk kent een episcopaalsynodale kerkstructuur, omschreven in een statuut (1984). Het bestuur wordt
uitgeoefend door het Collegiaal Bestuur, waarin behalve de bisschoppen vertegenwoordigers uit de kerk zitting hebben. Dit bestuur wordt geadviseerd door een synode, bestaande uit afgevaardigden van geestelijken en leken.
De kerk kent het drievoudig apostolisch ambt van bisschop, priester en diaken, die voorgaan in de prediking en de bediening van de zeven sacramenten. De liturgie kent als belangrijkste eredienst de mis, die meestal op zondagochtend aan de hand van het Kerkboek (1993) en het Gezangboek (1990) wordt gevierd. Men volgt een driejarig leesrooster, opgenomen in het Lectionarium (1993).
Auteur
D.J. Schoon [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
D.J. Schoon, De Oud-Katholieke Kerk (Kampen 1999)
A. Berlis e.a., De Oud-Katholieke Kerk van Nederland. Leer en leven (Zoetermeer 2000)
D.J. Schoon, Van bisschoppelijke Cleresie tot Oud-Katholieke Kerk. Bijdrage tot de geschiedenis van
katholicisme in Nederland in de 19de eeuw (Nijmegen 2004)