Voorbeeld van gebed dat Jezus aan zijn leerlingen gaf, dat vanwege de beginwoorden bekendstaat als het Onze Vader of paternoster.
De tekst van dit gebed behoorde tot het gebedsonderricht uit de bergrede (Mat. 6:9-13). Waarschijnlijk heeft Jezus de vragende inhoud meer dan eens herhaald, bijvoorbeeld naar aanleiding van een verzoek uit de leerlingenkring toen hij zelf ergens onderweg in gebed was (Luc. 11:2-4). In de apostolische kerk werd het gebed van de Heer al spoedig gebruikt; volgens de voorschriften moest het drie keer per dag gebeden worden. Het Onze Vader is opgebouwd uit een reeks van zes beden (2 x 3), voorafgegaan door een gebedsaanspraak en afgesloten met een beaamde lofprijzing of doxologie. Veelvuldig liturgisch gebruik van dit gebed leidde ertoe dat de doxologie apart kwam te staan en in sommige bijbelhandschriften werd weggelaten.
Er moet binnen bepaalde kringen ook een korte versie in omloop zijn geweest (onder andere zonder de derde bede). De meeste handschriften hebben echter de tekst van het Onze Vader in de bovengenoemde opbouw, dus compleet met doxologie, bewaard. Jezus laat zijn leerlingen op persoonlijke toon tot God spreken. Eerst bidden ze of de heiligheid, het rijk en de wil van hun hemelse Vader zich ook hier op aarde gaan vestigen. Vervolgens vragen ze wat voor henzelf noodzakelijk is om zijn koninkrijk te kunnen binnengaan: kwijtschelding van schulden, voedsel voor onderweg, bevrijding uit de greep van het kwaad. In de lofprijzing vertrouwen ze ten slotte de verhoring van hun gebed toe aan Gods beleid.
Onderweg naar het beloofde koninkrijk weten christenen zich met elkaar verbonden door het wereldwijd gebeden Onze Vader.
Auteur
P.H.R. van Houwelingen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. van Bruggen, ‘Abba, Vader! Tekst en toonhoogte van het Onze Vader’, in: C. Trimp (red.), De biddende kerk (Groningen 1979), 9-42
Yvonne van den Akker-Savelsbergh, Het onzevader: een meerstemmig gebed? (Tilburg 2004)