Pastoraat via radio en televisie.
De oprichters van de christelijke omroepen zagen in het medium radio meteen mogelijkheden om mensen te inspireren en te ondersteunen en om eigen geloof en beginselen uit te dragen. Pastoraat was aanvankelijk vrijwel synoniem met ‘bemoediging van de eigen mensen’. Het uitzenden van kerkdiensten, en varianten als ochtendwijdingen en ziekenuurtjes, moest eenzamen, ouderen, treurenden en zieken tot steun en troost zijn. De radio werd vooral ook gezien als middel om mensen in staat te stellen contact te hebben en te houden met de eigen geloofsgemeenschap. Dat leverde vragen op over de verhouding tussen plaatselijke kerk en radiogemeenschap.
In 1945 verscheen de dissertatie van E.D. Spelberg Een radiogemeente. Spelberg, een van de oprichters van de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO), was overtuigd van het bestaan van een vrijzinnig protestantse radiogemeente, zoals er ook een rooms-katholieke en een orthodox protestantse radiogemeente bestonden. Want ‘de radio wordt tot kerk, omdat het Woord van Christus er wordt gesproken’. Hij relativeerde daarmee de betekenis van doop en avondmaal. Zijn visie paste bij het beleid van de VPRO zich te beperken tot het uitzenden van programma’s die direct samenhingen met de vrijzinnig protestantse beginselen. In kringen van de Katholieke Radio Omroep (KRO) en de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV) werd anders gedacht. Het uitzenden van heilige missen en kerkdiensten was van grote betekenis, maar kon toch voor luisteraars niet de plaats innemen van het contact met de eigen, kerkelijke gemeenschap. Bovendien wilden deze omroepen een ruimer programmapakket brengen.
Na de oorlog ging men gaandeweg genuanceerder denken over de directe invloed van de media en over de rol van zender en ontvanger in het communicatieproces. Dankzij het groeiende inzicht in de interactie tussen zender en ontvanger ontstonden er nieuwe vormen van omroeppastoraat. Daarbij fungeerde de radio vaak als medium om individuele luisteraars aan te spreken en uit te nodigen per brief of telefoon, vertrouwelijk of desgewenst anoniem, te reageren. De vormen varieerden van opwekkende ‘radiopraatjes’ door een pastor tot praatprogramma’s met diverse gasten over geloofs- en levensvragen. Tijdens of na de uitzending was er gelegenheid voor luisteraars om te reageren. Omroepen als de Evangelische Omroep (EO) en NCRV richtten hiervoor eigen afdelingen nazorg op. Daarnaast kenden de Interkerkelijke Omroep Nederland (IKON) en de KRO een nauwer met de kerk verbonden omroeppastoraat.
Een opmerkelijk initiatief ontstond in 1964 in een Hilversumse studio. Enkele pastores, onder wie Alje Klamer, radiopastor van de interkerkelijke omroep (IKOR, later IKON) en priester Dolf Coppes, dagsluiter van de KRO-televisie, wilden op kerstavond hulp bieden aan mensen die eenzaam waren of geestelijk in de knoei zaten. Het grote aantal reacties werd aanleiding tot het oprichten van de Stichting Correlatie, later Korrelatie. Deze stichting bood omroepen deskundige hulp bij de voorbereiding van uitzendingen en bij telefonische opvang van luisteraars en kijkers erna.
Landelijk bekende radiopastores waren in de jaren zeventig en tachtig, naast Alje Klamer, Henny Visser, ‘de Hoogtezondominee’ (NCRV), en A.C. Raadschelders (KRO). Ze hadden veel vaste luisteraars en bouwden via brief en telefoon vaak een langdurige relatie met hen op. Een vergelijkbaar televisiepastoraat kwam nooit van de grond. Wel kreeg in 1974 de omroepparochie bij de KRO een bijzondere plaats op radio en televisie. De omroepparochie betekende omroeppastoraat verbonden aan een tv-parochie met een eigen team van rooms-katholieke pastores. De eerste omroepparochie was ’t Zand in Amersfoort. Het eerste team bestond uit de pastores Jan ter Laak, Jack de Valk en pastoraal medewerkster Maria ter Steeg.
Eind twintigste eeuw diende internet zich aan als medium voor pastoraat. Interactie via e-mail en deelhebben aan een virtuele gemeenschap boden ook pastorale mogelijkheden. Daarmee kregen vragen over de pastorale verantwoordelijkheid van kerk en omroep een nieuwe impuls.
Auteur
Yko van der Goot [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Yko van der Goot, Publiek en persoonlijk. Aspecten van de pastorale verantwoordelijkheid van de omroep (Kampen 1989)