Doop in dringende omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer er levensgevaar is.
De Rooms-Katholieke Kerk beschouwt de doop als noodzakelijk voor het heil van de mens, al is God zelf niet aan zijn sacramenten gebonden. Daarom voorziet de kerk dat in geval van nood iedereen, zelfs een nietgedoopte, de doop mag toedienen. Die persoon moet enkel de vereiste bedoeling hebben, wat betekent dat zij of hij wil doen wat de kerk doet als ze de doop toedient, en water en de doopformule ‘in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’ moet gebruiken.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]