Engels theoloog (Londen 21.2.1801 - Rednal 11.8.1890)
Newman was vijftien jaar oud toen hij een bekering tot een evangelische vorm van het christelijk geloof ervoer. Hij studeerde in Oxford (Trinity), werd daar fellow van Oriel College (1816-1828), en groeide uit tot een invloedrijk persoon binnen de anglicaanse kerk. Hij was een vooraanstaand lid van de Oxford Movement. In 1845 ging hij over tot de Rooms-Katholieke Kerk. In 1879 werd hij tot kardinaal benoemd, al zou hij altijd een buitenbeentje blijven, verdacht van het streven om ook deze kerk te hervormen.
Tot zijn bekendste werken behoren zijn Apologia pro vita sua (1864), waarin hij verantwoording aflegde van zijn religieuze weg. Zijn visie op de ontwikkeling van de christelijke theologie en het belang en de noodzaak van traditie en leergezag legde Newman neer in boeken als An Essay on the Development of Christian Doctrine (1845) en in An Essay in Aid of a Grammar of Assent (1870). Zijn visie op opvoeding en onderwijs werkte hij uit in The Idea of a University Defined and Illustrated (1852-1858).
De bijzondere betekenis van Newman is vooral gelegen in zijn studie van het religieuze geloven, en van de vraag hoe historische veranderingen van invloed zijn op religieuze waarheden. De wortels van het geloof in God lagen volgens Newman in het menselijk geweten, en religieuze kennis was naar zijn idee onlosmakelijk verbonden aan morele groei.
Auteur
B.J. Spruyt [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Owen Chadwick, Newman (Oxford 1983)
Ian Ker, John Henry Newman. A Biography (Oxford 1988)