Wijn voor de mis in de Rooms-Katholieke Kerk.
Miswijn moet afkomstig zijn van de vrucht van de wijnstok (Luc. 22:18). Zij bevat een zeker alcoholpercentage waaraan tijdens de eucharistieviering minder dan eenderde deel water is toegevoegd. De vermenging met water duidt symbolisch op het bloed en water dat uit Jezus’ zijde kwam, toen een soldaat na zijn dood zijn zijde doorstak met een lans (Joh. 19:34).
Hoewel Matteüs, Marcus, Lucas en Paulus in hun beschrijving van de instelling van de eucharistie slechts spreken over de beker en niet over de inhoud, gaat men ervan uit dat deze wijn bevatte. Tijdens het laatste avondmaal zegt hij: ‘Van nu af zal Ik niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt, tot op de dag waarop Ik het met u, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader (Mat. 26:29; Marc. 14:25; Luc. 22:18). Christus noemt zich de ware wijnstok (Joh. 15:1).
Auteur
Richard Bot [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]