Persoon die gezonden is om het geloof te verkondigen, of meer algemeen iemand die werkt in de missie. In protestantse kerken wordt gesproken over zendeling.
Het christendom kende in de vroege Middeleeuwen grote missionarissen zoals Bonifatius en Willibrord, en in latere tijden Franciscus Xaverius (1506-1552) en pater Damiaan (1840-1889).
In de negentiende eeuw werden speciale congregaties voor missionarissen opgericht zoals de Missionarissen van de Heilige Familie (MSF) en de Missionarissen van het Heilige Hart (MSC).
Aanvankelijk werden met het begrip alleen priestermissionarissen aangeduid. Nadat vanaf het begin van de twintigste eeuw steeds meer vrouwelijke religieuzen en broeders actief werden op het terrein van de missie, werd het begrip ook op hen toegepast. Vanaf de jaren vijftig worden ook leken die in de missie werken als missionarissen aangeduid.
Auteur
Vefie Poels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Brock, Een eindje meelopen. Verhalen van mensen met een missie (Oegstgeest 1995)
H. van Straelen s.v.d., De levensweg van een missionaris (Brugge 1996)