Term die in het westerse christendom sinds de christelijke Oudheid is gebruikt om de viering van de eucharistie aan te duiden.
Meestal verwijst de aanduiding naar de eucharistieviering volgens de Romeinse ritus, maar ze wordt ook gebruikt voor de eucharistische rituelen van andere westerse liturgische tradities, zoals de lutherse of de ambrosiaanse liturgie. In een afgeleide en specifiek kerkmuzikale betekenis wordt het woord soms ook gebruikt voor de vaste gezangen van de eucharistie, zoals het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Het woord ‘mis’ is afgeleid van het Latijnse missa dat ‘wegzending’ betekent. In de christelijke Oudheid werd het zowel gebruikt voor de wegzending van de catechumenen die nog niet waren gedoopt, aan het einde van de dienst van het Woord, als voor de wegzending van alle gelovigen aan het einde van een liturgische bijeenkomst, bijvoorbeeld van de eucharistieviering. De laatstgenoemde betekenis van het woord ‘missa’ komen wij tegen in de slotwoorden van de Romeinse mis van vóór het Tweede Vaticaans Concilie: Ite missa est. In plaats van voor de wegzending en het daarmee verbonden ritueel, werd het op den duur steeds meer gebruikt voor de viering – met name de eucharistie – waarvan de wegzending de afsluiting was.
De oorsprong van de mis volgens de Romeinse ritus – waar de aanduiding meestal naar verwijst – gaat terug op de Romeinse pausmis, dat wil zeggen de eucharistieviering in de stad Rome in de zevende, achtste eeuw, waarin de paus de belangrijkste celebrant was. Deze eucharistieviering verliep in grote lijnen volgens het patroon dat in de andere oosterse en westerse kerken gangbaar was, maar kende enkele specifiek Romeinse elementen. De viering begon met een intocht van de paus waarbij door het koor het introïtus werd gezongen. Daarop volgden het Kyrie eleison en soms een lofzang, het zogenaamde Gloria. Er waren twee lezingen, het epistel en een lezing uit een van de evangeliën, die soms werden gevolgd door een homilie. Daarop volgden meteen de offerande, de inzameling van brood en wijn en vervolgens de Romeinse canon, het eucharistisch gebed van de Romeinse traditie dat onder andere de instellingswoorden bevatte. Na enkele voorbereidende riten, zoals het bidden van het Onze Vader, het breken van het brood en het zingen van het Agnus Dei, vond de ritus van de communie plaats.
Aan het begin van de Middeleeuwen werd dit misritueel ingevoerd in de kerken in de gebieden ten noorden van de Alpen. De Latijnse tekst werd zonder al te veel wijzigingen overgenomen, maar het ritueel zelf onderging een aantal veranderingen. De tekst van de Romeinse canon werd zachtjes gebeden door de priester. De instellingswoorden golden steeds meer als het hoogtepunt van de Romeinse canon en van de hele mis. Het aantal rituele gebaren werd sterk uitgebreid en de rol van de priester werd steeds belangrijker. Grote gevolgen had ook de toename van het aantal missen. De belangrijkste reden daarvan was dat de gelovigen priesters vroegen om missen te lezen voor speciale intenties, bijvoorbeeld voor de overledenen. Het nieuwe type misritueel dat zo ontstond is geleidelijk aan verspreid over de hele westerse kerk en werd tot in de details vastgelegd in het Romeins missaal van 1570. De lutherse en de anglicaanse kerken hebben elementen uit het middeleeuwse misritueel bewaard, met name in de dienst van het woord. Andere protestantse kerken, vooral de calvinistische, hebben het schema van de mis losgelaten. Kort na het Tweede Vaticaanse concilie is de mis in de Rooms-Katholieke Kerk ingrijpend hervormd. Er ligt veel meer nadruk dan vroeger op de actieve deelname van alle gelovigen. In de regel wordt de mis – die meestal ‘eucharistie’ wordt genoemd – in de landstaal gevierd.
Auteur
Gerard Rouwhorst [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.Jungmann, Missarum sollemnia, Eine genetische Erklärung der Römischen Messe, 2 delen, (Wien 1962 5de druk)
H.-B. Meyer, Luther und die Messe (Paderborn 1965)
H.-B. Meyer, Eucharistie. Geschichte, Theologie, Pastoral (Regensburg 1989)
H. Wegman, Riten en mythen. Liturgie in de geschiedenis van het christendom (Kampen 1991)