Plechtig en officieel schrijven van een of meerdere bisschoppen over zaken van geloof, ethische kwesties of kerkelijke tucht. Het is in feite een wat plechtiger naam voor een herderlijk schrijven.
In het Nederlandse spraakgebruik wordt de term vrijwel uitsluitend gebruikt voor het onderwijsmandement van 1868, de jaarlijkse vastenbrieven, in het bijzonder tijdens de Tweede Wereldoorlog en de eerste jaren daarna, waarin de bisschoppen thema’s behandelden als het gevaar van het communisme (1947), over Christus als degene, die de rijkdom van de christen uitmaakt (1948) en over de sociale rechtvaardigheid (1949). Het meest bekend gebleven is het mandement van 1954: ‘De Katholiek in het openbare leven van deze tijd’.
Auteur
A. Peijnenburg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]