Kerkhervormer (Eisleben 10.11.1483 - Eisleben 18.2.1546)
Hij bezocht de Latijnse school van de Broeders van het Gemene Leven te Maagdenburg. Later ging hij naar de St. George-school te Eisenach. Luther raakte bevriend met de kluizenaars-monniken van het klooster van de franciscanen aan de voet van kasteel De Wartburg en kreeg eerbied voor de heilige Elisabeth van Thüringen. Hierdoor raakte Luther ervan overtuigd, dat het volkomen dienen van God slechts mogelijk zou zijn in een leven van ascese. Hij studeerde artes liberales (de vrije kunsten); vanaf 1501 aan de universiteit te Erfurt in 1505 werd hij benoemd tot magister. Daarna volgde onderwijs aan de juridische faculteit.
Overvallen door een onweer nabij Stotternheim beloofde Luther de heilige Anna monnik te worden als hij zou overleven. Hij trad in bij de augustijner eremieten te Erfurt, aangetrokken door de strengheid van dat kloosterleven en de mogelijkheid tot theologische studie. In 1506 werd hij ingekleed en in 1507 tot priester gewijd. Luther verhuisde in 1508 naar Wittenberg om er moraal-filosofische colleges te gaan geven. Na het verwerven van zijn theologische graden in 1509, werd Luther teruggeroepen naar Erfurt, waar hij dogmatiek doceerde aan de hand van de Sententiae van Petrus Lombardus. In 1510 reisde Luther naar Rome, waar hij de heilige plaatsen bezocht en zich heenzette over de immoraliteit die hij er tegenkwam. Luther promoveerde in 1512 in de theologie en werd in Wittenberg hoogleraar in de bijbelse theologie. Uit de psalmen leerde hij Christus kennen en door de Romeinenbrief zag hij dat de rechtvaardige zou leven sola fide (door het geloof alleen) en sola gratia (door de genade Gods alleen). Luther was ook prediker in het klooster en in de stadskerk. Zijn eerste geschrift was een uitleg van de zeven boetpsalmen, gevolgd door een groot aantal andere publicaties, later gebundeld in de Weimarer Ausgabe.
Gaandeweg kwam Luther in het geweer tegen de misstanden in de Rooms-Katholieke Kerk: de geldzucht van de hogere geestelijken en de verruwing van de zeden. Ook de aflaathandel kritiseerde hij, waar deze niet in dienst stond van biecht en genadeverkondiging, maar van de geldelijke hebzucht. Boete betekende voor Luther bekering en geen uiterlijke strafmaatregel. De ‘theologie van het kruis’ werd het centrum van zijn denken, uitlopend op zijn leer dat de mens zowel gerechtvaardigde als zondaar is. Op 31 oktober 1517 daagde Luther de theologen uit tot een academisch dispuut naar aanleiding van de door hem opgestelde 95 stellingen. Keurvorst Frederik de Wijze trok zich aan wat Luther schreef en werd zijn beschermheer. Luthers tegenspelers werden paus Leo X, curie-kardinaal Cajetanus en Johannes Eck, hoogleraar te Ingolstadt. De onderwerpen van dispuut waren onder andere het primaat van de paus, de onaantastbaarheid van de concilies en de autoriteit van de heilige Schrift. Tegenover de kerkelijke hiërarchie verdedigde Luther het algemeen priesterschap der gelovigen.
In 1520 verschenen Luthers belangrijkste geschriften: Sermoen van de goede werken, Aan de christelijke adel der Duitse natie over de verbetering van de christelijke samenleving, Voorspel over de Babylonische gevangenschap der Kerk en Over de vrijheid van de Christenmens. In 1521 moest Luther verschijnen voor de Rijksdag van Worms om zich te verantwoorden voor zijn geschriften; deze herroepen deed hij niet. Luther dook onder op de Wartburg, waar hij een begin maakte met de vertaling van de bijbel in de volkstaal. Na zijn terugkeer te Wittenberg hervatte Luther zijn werk als hoogleraar en begon hij met een voorzichtige hervorming van de rooms-katholieke liturgie. Luther pleitte voor het oprichten van christelijke scholen en riep de overheid op de onderdanen te dwingen de kinderen naar school te sturen; ouders zag hij tot opvoeden niet goed in staat.
In 1525 trad Luther in het huwelijk met de gewezen cisterciënzerin Catharina von Bora (1499-1552); zij kregen vijf kinderen. Een van Luthers geestverwanten was de taalgeleerde Philippus Melanchthon. Met de vele gasten die het huis van Luther en zijn vrouw bezochten, werden aan tafel gesprekken gevoerd, die werden opgetekend en uitgegeven als Tischreden. Ten tijde van Luthers pogingen om de graven van Mansfeld hun onenigheid te laten bijleggen, overleed Luther. Hij werd begraven in de Slotkerk te Wittenberg.
Auteur
Th.A. Fafié [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W.J. Kooiman, Luther zijn weg en werk (Amsterdam 1954)
H.A. Oberman, Luther. Mensch zwischen Gott und Teufel (Berlin 1982)
C.W. Mönnich, Een Augustijn in protest. Aspecten van Luther’s leer en leven (Zoetermeer/Woerden 1995)
Zie ook
Maarten Luther (2008)