Kerk onder leiding van Rome.
Binnen de antieke kerk bekleedden vijf bisschoppen een prominente positie: de patriarchen van Alexandrië, Antiochië, Constantinopel, Jeruzalem en Rome. Tussen de patriarchaten verschillen de rites, maar binnen de patriarchaten werd de grootst mogelijke liturgische eenvormigheid nagestreefd.
In 1054 kwam het echter tot een kerkelijke breuk, het Oosters Schisma, tussen Constantinopel en Rome. De kerk van Rome was veruit de grootste en het vierde concilie van Lateranen bevestigde de hegemonie van de paus. De Latijnse kerk kenmerkte zich door een centralisatie onder een pauselijke monarchie, het strak vastleggen van de kerkelijke leer en het weren van elke lekeninvloed.
In de Middeleeuwen werd de Latijnse kerk niet als een afzonderlijke entiteit ervaren. Nog in de vijftiende eeuw trachtte het concilie van Florence de kerkelijke eenheid tussen het Latijnse westen en het Griekse oosten te herstellen.
Auteur
Janick Appelmans [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.A.F. Thomson, The Western Church in the Middle Ages (Londen 1998)