Zich op een knie neerlaten, zich onderwerpen.
Wie knielt, maakt zich klein voor een ander; in het christelijke geloof: voor de allerhoogste, voor God. Het drukt afhankelijkheid uit, smeking of berouw, eerbied en ontzag, maar ook aanbidding en overgave. Men ademt anders, men komt in een andere energiestroom, meer ingekeerd. Knielen is een houding van gebed. De oproep ‘laat ons bidden’ (gevolgd door stilte) kan het signaal zijn om te knielen. In de eucharistie wordt vaak geknield tijdens het tafelgebed (speciaal bij de instellingswoorden) en na de communie voor persoonlijke meditatie. Bij de geloofsbelijdenis kan de regel ‘en is vlees geworden’ aanleiding zijn om te knielen.
De andere gebedshouding is staan; deze is verbonden met Pasen en met de zondag als de dag van de opstanding. Waar men door de week geknield bidt, doet men dat op zondag staand; ook in de paastijd bidt men staand, anders dan in de rest van het kerkelijk jaar.
Auteur
G.M. Landman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]