Levenswijze in een klooster.
De evangelische raden, wier beleving de grondslag vormt van het kloosterleven, zijn in de eerste eeuwen van het christendom niet gemeenschappelijk beleefd, hoewel er binnen het jodendom wel groepen bestonden die een radicale vroomheid praktiseerden, zoals de essenen. In de vierde eeuw verenigde Pachomius in Egypte zijn leerlingen in een permanente gemeenschap onder zijn leiding. In dit milieu kwamen kloosterregels tot stand die de oriëntatie van de gemeenschap uitdrukten en de levenswijze regelden. In het westerse christendom, waar Hieronymus veel bijdroeg tot de propaganda voor het kloosterleven, is vooral Benedictus van Nursia belangrijk geweest. Hij legde rond 520 in belangrijke mate de grondslag voor de levenswijze van de benedictijnen, die zich evenals hun middeleeuwse aftakkingen als kartuizers en cisterciënzers kenmerken door het liturgisch gebed, handenarbeid en de levenslange binding aan een bepaald klooster. Het klerikale element, dat aanvankelijk een ondergeschikte rol speelde, werd in de kloostercommuniteiten gaandeweg dominanter.
Augustinus schreef een regel voor zijn geestelijkheid, die in de Middeleeuwen vooral ingang zou vinden in het milieu van de reguliere kannuniken, zoals de norbertijnen. Ten tijde van de kruistochten ontstonden geestelijke ridderorden zoals de johannieter orde en de Duitse orde. In de dertiende eeuw ontstonden de orden van dominicanen en franciscanen, die aanvankelijk rondtrekkend apostolaat beoefenden, als bedelorde strikte armoede in acht namen en op den duur een hiërarchische organisatie ontwikkelden. De oriëntatie op het apostolaat is nog sterker aanwezig in de levenswijze van de jezuïeten, die in de zestiende eeuw ontstaan. Hun inrichting vindt in de achttiende en negentiende eeuw navolging in talrijke congregaties, zoals de redemptoristen. In vrijwel alle genoemde vormen van kloosterleven is ook een vrouwelijke pendant tot ontwikkeling gekomen.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Ton van Schaik, Abdijen in West-Europa en hun bewoners (Baarn/Tielt 1992)
G.J.M. Bartelink, De bloeiende woestijn: de wereld van het vroege monachisme (Baarn 1993)
Leonard Holtz, Geschichte des christlichen Ordenslebens (Düsseldorf 2001)