Christianisering, het doen overgaan (bekeren) tot het christelijk geloof; opname in de christelijke kerk, waarbij de doop het beginmoment markeert.
Historisch was kerstening een proces waarbij de heidense bevolking van Europa in de vroege Middeleeuwen onder invloed kwam van de verkondiging van het evangelie van Christus. Voor Nederland gelden de predikers Willibrord en Bonifatius als de eersten die – uit Engeland afkomstig – met de prediking begonnen. Het optreden van de in Friesland geboren Liudger (742-809) als missionaris in de Lage Landen en bisschop van Munster markeert het moment waarop uit de heidense bevolking van de Lage Landen zelf predikers opstaan.
Het blijft een omstreden kwestie of men in de Middeleeuwen kan spreken van een volledige, innerlijke kerstening van West-Europa of Nederland, of dat men het christendom als slechts een uitwendige zaak moet zien. De aanwezigheid van een kerkgebouw in elke plaats kan wijzen op een verregaande aanvaarding van de christelijke boodschap, waarbij men Nederland al vroeg is gaan zien als een christelijke natie. Daartegenover wordt in recente studies gewezen op verschillende aspecten van ontkerstening, al vanaf de Middeleeuwen.
Na de Reformatie van de zestiende eeuw ontwikkelde het humanisme zich tot een stroming naast het christendom, terwijl daarna het rationalisme en de Verlichting ook afstand namen van het christelijk geloof. In de twintigste eeuw kwam het (in Nederland) tot een sterke toename van de ontkerstening, hoewel individuele overgangen van niet-kerkelijken naar het christendom blijven voorkomen.
Auteur
H. Veldman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Wessels, Kerstening en ontkerstening van Europa. Wisselwerking tussen evangelie en cultuur (Baarn 1994)
A.H. Bredero, De ontkerstening der middeleeuwen. Een terugblik op de geschiedenis van twaalf eeuwen christendom (Baarn/Kapellen 2000)