Onderdeel van het kerkelijke recht. Volgens artikel 29 van de Nederlandse geloofsbelijdenis (1561) is de kerkelijke censuur of tucht een van de kenmerken van de kerk.
Ze treedt in werking wanneer leden van de gemeente in leer en/of leven in strijd handelen met de Schrift. Een bijzondere vorm van censuur betreft de prediking van de dienaren van het Woord. De kerkelijke censuur wortelt in de bijbel (Mattëus 16:6, 18:18 en Handelingen 5:1-11). Zie ook de Heidelbergse catechismus (1563), zondag 31.
De kerkelijke censuur kent verschillende trappen: van een broederlijke/zusterlijke vermaning tot de uitsluiting uit de christelijke gemeente of de ontheffing uit het ambt. Het doel van de tucht is drievoudig: de eer van God, de bewaring van de gemeente en het behoud van de persoon die dwaalt. De Rooms-Katholieke Kerk kent eigen vormen van kerkelijke censuur (zie: katholieke censuur).
Auteur
W. Verboom [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. van den Heuvel, ‘De kerkelijke rechtspraak’ in: W. Balke, De kerk op orde? Vijftig jaar hervormd leven met de kerkorde van 1951 (Zoetermeer 2001)