Benaming van de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente of de parochie.
Deze aangelegenheden worden ook wel aangeduid als de bona temporalia ecclesiae, letterlijk: de tijdelijke kerkelijke goederen, bestaande uit de roerende en onroerende zaken en andere vermogensbestanddelen waarvan de gemeente, de parochie of het bisdom eigenaar is. Het beheer daarvan is het beste te typeren als het scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente of de parochie.
Er is onderscheid tussen het diaconale en het niet-diaconale vermogen. Het diaconale vermogen wordt beheerd door de Parochiële Caritas Instelling (caritas) of onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad door (het college van) diakenen (diaconaat). Het niet-diaconale vermogen (de ‘kerkfabriek’) wordt in een rooms-katholieke parochie beheerd door het parochiebestuur/het kerkbestuur, waarvan de pastoor rechtens voorzitter is. In gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland wordt het niet-diaconale vermogen in overleg met de kerkenraad beheerd door het college van kerkrentmeesters. In andere reformatorische gemeenten wordt het niet-diaconale vermogen beheerd door de kerkenraad, die zich daartoe laat bijstaan door de commissie van beheer.
Naast het onderhouden en dienstbaar maken aan het kerkelijk leven van de roerende en onroerende zaken en de geldswaardige papieren in eigendom bij de parochie of gemeente, omvat het beheer ook de geldwerving, de financiële administratie, het opstellen van de jaarstukken, het verzorgen van arbeidsrechtelijke aangelegenheden, het bijhouden van de registers van de parochie of gemeente en het beheren van de archieven.
Auteur
L.C. van Drimmelen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.P.H. Meijers en L.C. van Drimmelen, Het beheer van het vermogen van een parochie of gemeente in: L.C. van Drimmelen en T.J. van der Ploeg (red.), Kerk en Recht (Utrecht 2004)